Ransom-trilogie

Naast de zeven delen over de Kronieken van Narnia heeft C.S. Lewis ook de Ransom-trilogie geschreven met de Nederlandse titels: Malacandra. Ver van de Zwijgende planeet (2002); Perelandra. Een reis naar Venus (2006); en: Thulcandra. Confrontatie op aarde (2008).
Malacandra gaat over het verblijf van Ransom, docent taalkunde, op Mars, waarheen hij door Weston met duistere bedoelingen ontvoerd is; daar blijken wezens te wonen die een oudere geschiedenis achter de rug hebben dan de mensen op aarde. Op Venus wordt Ransom geconfronteerd met een zondeloze Eva-figuur, de Vrouw; zij wordt door Weston (om z’n bezetenheid het Onmens genoemd) – vergeefs – verleid ontrouw te worden aan haar Schepper. In het derde deel beschrijft Lewis hoe Ransom als late opvolger van koning Arthur en met inschakeling van de wakker-geworden tovenaar Merlijn strijdt tegen een machtige groep doorgeschoten wetenschappers.
Het zijn drie fascinerende boeken. Dat wij tegenwoordig zeker weten dat Mars en Venus geen bewoning kennen, heeft mij niet gehinderd om me door Lewis’ vertelkunst te laten meenemen.

Boeiend is hoe Lewis de verschijning en het werk van eldila beschrijft, die wij als engelen kennen. Heel creatief wordt geponeerd dat heidense goden een verbastering zijn van door God geschapen machthebbers onder de eldila, die heersen over bewoonde hemellichamen. Hoe dit laatste ook zij, net als door ‘Brieven uit de hel’ maakt Lewis ook door de Ransom-trilogie mij gevoeliger voor het bestaan van een geestelijke realiteit achter en in onze materiĆ«le realiteit. Er is meer tussen (sterren)hemel en aarde dan wij met onze zintuigen en instrumenten kunnen registreren.
Anders dan wij gewend zijn is de manier waarop de hoofdpersonen over de Schepper en over Christus spreken. Daardoor kom je nog meer onder de indruk van Gods liefde en inzet voor ons.
Beeldend zijn ook de beschrijvingen van het paradijselijke van Perelandra met haar kleuren, geuren, dierenwereld, voedselrijkdom. Daardoor kun je je concreter voorstellen hoe onze aarde begonnen is en naar welke schoonheid we onderweg zijn.

Als wij het hebben over onze strijd als christen, typeren we die vaak als een geestelijke strijd waarbij we geestelijke wapens moeten inzetten (Efeziƫrs 6): niet door geweld maar door Gods Geest (zie Zacharia 4). In afwijking hiervan laat Lewis Ransom in Perelandra de boosaardige verleider van de Vrouw fysiek aanvallen en zelfs doden. Ook Thulcandra eindigt met bloedvergieten. Mogelijk heeft Lewis mee voor dit strijdmiddel gekozen onder invloed ervan dat hij die twee boeken geschreven heeft toen de bloedige strijd met nazi-Duitsland volop aan de gang was. Trouwens, ook in het boek Openbaring gaat het er niet zachtaardig aan toe.

Dank zij z’n taalbeheersing lukt het Lewis de verschillende hoofdpersonen elk hun eigen spreektrant te geven. Duivels geniepig zijn de gesprekken die het Onmens op Perelandra met de Eva-figuur voert om haar toewijding aan de Schepper te ondermijnen. Hierdoor snap je nog beter hoe het toegegaan moet zijn in het paradijs toen de slang Eva ertoe bracht van de verboden vruchtboom te eten. Zeeziek word je van de wetenschappelijke prietpraat van Frost en de omzwachtelde in- en uitpraat van Wither.
Knap en geestig vind ik de beschrijving van Lewis hoe Merlijn een chaos laat ontstaan tijdens een groots diner van ‘de vijand’: hij zorgt ervoor dat de aanwezigen wartaal gaan spreken. Als argument voor deze straf wijst Merlijn erop: ‘Wie het Woord Gods hebben veracht, hun zal ook het woord der mensen worden afgenomen.’ De afrekening ligt dus in de lijn van de wandaad van de mensen. Vandaar ook dat tijdens die spraakverwarring de chaos vergroot wordt door de binnenkomst van bloeddorstige dieren, door Merlijn vrijgelaten uit hun hokken waar ze voor meedogenloze vivisectie waren opgesloten. Dit verband tussen de aard van de zonde en de aard van de straf ben ik eerder tegengekomen in Lewis’ boek ‘De Grote scheiding’. Dit spoort met wat Paulus in Romeinen 1 benadrukt, namelijk dat mensen aan hun eigen zonde worden ‘uitgeleverd’. De goddelijke straf is niet iets vreemds dat hardnekkige vijanden van God ter vergelding wordt aangedaan; de straf bestaat juist hierin dat ze keihard geconfronteerd worden met de consequentie van hun eigen keuze.

Ik vind het bijzonder hoe fictie je kan helpen om nog beter zicht te krijgen op de bijbelse waarheid, zodat je die je nog meer kunt eigen maken.