Europa in de twintigste eeuw

Wie beelden ziet van de strijd in Syrië tussen Assad met z’n regeringstroepen en z’n jihadistische vijanden, die elkaar onderling ook weer bevechten, kan alleen maar verbijsterd zijn: ‘Dat mensen, in een land dat zo rijk is aan natuurschoon en culturele schatten, elkaar zonder enig mededogen zulke verschrikkelijke dingen aandoen, en het houdt maar niet op!’ Zo maar kan er dan een houding ontstaan van arrogantie vanuit de gedachte dat wij in West-Europa tenminste weten hoe je humaan met elkaar moet omgaan.
Een dergelijke arrogantie leer je meteen af als je kennisneemt van de geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw. Graag verwijs ik naar: Bernard Wasserstein, Barbarij en beschaving. Een geschiedenis van Europa in onze tijd (2008, 850 blz. tekst)) en de tweeluik (ruim 1200 blz.) van Ian Kershaw, De afdaling in de hel: Europa 1914-1949 (2015), en: Een naoorlogse achtbaan: Europa 1950-2017 (2018). Drie meesterwerken die een imponerend en uiterst leesbaar overzicht geven van de Europese geschiedenis van de laatste eeuw, waarbij de ene auteur een mooie aanvulling geeft van de andere. Het voert te ver de boeken te bespreken. Ik geef alleen iets door van wat de lectuur van deze boeken bij mij opriep.

Het meest opvallend aan Europa in de twintigste eeuw is het ontstellend grote aantal slachtoffers door oorlogen en overheidsoptreden. Zonder aarzeling kunnen we zeggen dat deze tijd van dit werelddeel de bloedigste is geweest van de hele mensheid. Allereerst zijn er miljoenen soldaten gesneuveld in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Toen kwam de Russische Revolutie met haar duizenden executies in de beginperiode, in de jaren dertig gevolgd door de terreur van Stalin met z’n miljoenen slachtoffers, onder meer in de Oekraïne. En daarna werd het zogenaamde Derde Rijk van de nazi’s gesticht met Hitler als Führer, door wiens toedoen miljoenen soldaten de dood ingedreven en miljoenen Joden systematisch vermoord zijn, waar nog de honderdduizenden gedode burgers bij komen, mee door geallieerde bombardementen. Treffend typeert Kershaw deze drie episodes als ‘de afdaling in de hel’.
Over slachtoffers gesproken: ik wist niet dat de Spaanse griep uit 1918-1919 (zo genoemd omdat de Spaanse kranten daar het eerst over berichtten) wereldwijd meer doden heeft gekost dan de hele Eerste Wereldoorlog: maar liefst 20-40 miljoen, in Nederland alleen al 40.000. Getallen die we alleen kennen uit de tijd dat de pest rondwaarde in Europa.

Terug naar de slachtoffers van de beide wereldoorlogen en Stalins terreur: telkens als ik van deze gruwelijke feiten kennisneem, vraag ik me af hoe dit alles heeft kunnen gebeuren in een (groten)deels christelijk werelddeel, waar de mensen vertrouwd waren of in elk geval konden zijn met Christus’ gouden regel: ‘Behandel anderen zo als jij door hen behandeld wil worden’. Deze regel blijkt soms (of vaak?) geen effect gehad te hebben op de gemiddelde Europese mens. Ik weet wel, ook mensen die onder invloed van Christus’ Geest staan, blijven last houden van hun slechte ik. Ook weet ik dat een onchristelijke ideologie mensen zo kan beïnvloeden dat ze probleemloos in staat zijn tot de meest wrede acties. Bedenk maar hoe brave huisvaders aan het Oostfront beestachtig tekeer gingen tegen wat zij zagen als Joods en Slavisch ongedierte. Toch blijft het me dwarszitten dat het christelijk geloof alleen al in de twintigste eeuw zo weinig heeft uitgericht.

Wat me ook verbaast, is de manier waarop de Russen met hun verleden omgaan.
Terwijl elke familie wel slachtoffers kent van Stalins terreur uit de jaren dertig, zijn er toch tallozen die hem nog altijd of opnieuw vereren. Mensen zijn kennelijk in staat feiten die hun niet welgevallig zijn weg te drukken uit hun herinnering. Vandaar ook dat er, met name jonge, Duitsers zijn die tot op de dag van vandaag Hitler vereren.
Onbegrijpelijk vind ik eveneens hoe Poetin zich tegenover Oekraïne opstelt. De Duitse leiders (denk aan de knielende Willy Brandt in Warschau) hebben hun diep berouw getoond over wat de nazi’s Joden en Polen hebben aangedaan. Maar voor zover mij bekend laat Poetin het nooit merken dat hij zich ervan bewust is dat zijn voorganger Stalin miljoenen Oekraïense boeren heeft laten creperen.

De genoemde boeken maken nog eens duidelijk dat de West-Europeanen onrecht doen aan de beslissende bijdrage die de Sovjetlegers hebben geleverd aan het verslaan van de nazi’s. Heel trots hebben wij het over D-day. Natuurlijk, tijdens de invasie op de Normandische stranden is heroïsch gevochten en eveneens de strijd daarna is uitermate belangrijk geweest voor de neergang van het Derde Rijk van de nazi’s. Maar de beslissing in de strijd tegen Hitler is niet in Frankrijk gevallen maar in het westen van de Sovjet-Unie, waar miljoenen Sovjetsoldaten gesneuveld zijn in hun verzet tegen Hitlers legers, onder meer bij hun verdediging van Stalingrad. Zonder hun offers was de invasie in 1944 mislukt of had die in elk geval pas veel later kunnen plaatsvinden.

Een bekende uitdrukking is: ‘Als de geschiedenis ons één ding leert, is het dat we niks van de geschiedenis leren.’ Vaak gaat deze uitspraak op. Maar op één punt blijken we toch geleerd te hebben en dat is de manier waarop we als overwinnaar een verslagen land moeten behandelen. Na de Eerste Wereldoorlog hebben Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten hun uiterste best gedaan om het verslagen Duitsland en Oostenrijk tot op het bot te vernederen. Beide landen raakten aanzienlijke gebieden kwijt, terwijl Duitsland loodzware herstelbetalingen werden opgelegd. Wat een bittere wrok heeft dat opgeroepen, waarmee de basis is gelegd voor de opkomst van Hitler en het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog.
Toen nazi-Duitsland verslagen was, hebben de geallieerden zich ervoor ingezet om Duitsland economisch zo snel mogelijk weer er bovenop te helpen, terwijl het land ook gauw volop in de volkerengemeenschap is opgenomen. Daarom treft het me hoe uitgerekend Duitsland onder leiding van kanselier Merkel in 2015 een moreel voorbeeld heeft laten zien aan de rest van Europa inzake het probleem van de vele vluchtelingen uit met name Syrië.

Bijzonder aan Europa van de twintigste eeuw zijn de talloze maatschappelijke veranderingen die hebben plaatsgevonden en dan vooral vanaf de jaren zestig. Verschrikkelijk is de algemene aanvaarding van abortus provocatus als vorm van geboorteregeling, net alsof het ongeboren kind in de moederschoot niet meer dan een verwaarloosbare klomp cellen zou zijn. Maar er zijn ook mooie ontwikkelingen geweest: de welvaart is geweldig toegenomen en heeft de meeste mensen bereikt. Daarnaast zijn er op media-gebied schitterende uitvindingen gedaan, van de kleurentelevisie tot de computer en smartphone. Hierdoor leven de doorsnee-burgers van Europa op een materieel niveau zoals dat in de geschiedenis van de mensheid ongekend is.

Ik sluit af met een lastig citaat uit het tweede boek van Kershaw, waarin hij het heeft over het jihadistische geweld in West-Europa: “In vroegere eeuwen, met name in het imperialistische tijdperk, had Europa geweld naar andere continenten geïmporteerd. In het eerste decennium van het nieuwe millennium ondervond Europa voor het eerst hoe dat geweld kon terugslaan.” (p.498). Dit citaat heeft mij geschokt omdat Kershaw hiermee trefzeker aandacht vraagt voor de vele zwarte bladzijden uit ons koloniale verleden. Wij moeten dus maar niet een grote mond opzetten over geweld door sommige moslims, alsof wij schone handen hebben. Ons verleden dient ons bescheiden te stemmen als wij het moslim-geweld hier veroordelen. In zekere zin kun je zeggen dat de boemerang van ons vroegere geweld bezig is naar ons terug te keren. Ofwel, als wij geconfronteerd worden met terrorisme kunnen wij eindelijk eens gaan voelen hoe het is om in je vaderland geteisterd te worden door anders-denkende strijders.

Zo roept de geschiedenis van het Europa van de twintigste eeuw, zeker zoals die door Wasserstein en Kershaw vaardig beschreven zijn, veel op om over door te denken.