7.7-Mintijteer

Esther Maria Magnis heeft met de roman Mintijteer (2016) een indrukwekkend boek geschreven. Het Duitse origineel heeft als titel: ‘Gott braucht dich nicht. Eine Bekehrung.’ Dat geeft in eerste instantie beter zicht op de inhoud van het boek.
Ze is kind van een evangelische vader en een katholieke moeder en bezocht samen met haar broertje en zusje geregeld beide kerken. Zelf is ze nu praktiserend katholiek.
Zoals uit interviews met haar blijkt is het een autobiografisch werk, waarin Magnis beschrijft hoe zij als 15-jarige hoorde dat haar vader kanker had. Na anderhalf jaar gestreden en geleden te hebben, stierf hij. Zeven jaar daarna bleek haar jongere broer Johannes maligne melanoom te hebben, waaraan ook hij algauw is overleden. Magnis was toen nog maar 24 jaar. Verpletterende ervaringen.

Magnis’ boek wordt wel eens getypeerd als religiekritiek. In een bepaald opzicht is dat terecht. Van jongs af aan moet zij er niks van hebben dat het christelijk geloof tandeloos gemaakt wordt. Zo verzet zij zich tegen predikers die de wonderen van Jezus symbolisch uitleggen of die de boodschap verpolitieken – met als gevolg dat de kerk niks eigens meer te bieden heeft in vergelijking met wat in de samenleving aan ideeën bestaat.
Dat betekent beslist niet dat ze houvast zoekt in glad-gepolijste vroomheid met een lieve God die alleen maar aardige dingen doet. Haast aan het einde van het boek verklaart ze: ‘God is verschrikkelijk. Hoe oneindig groot zijn liefde en genegenheid voor de mensen ook zijn mag.’ En een paar regels verder: ‘Het is een leugen die je in allerlei kerken te horen krijgt: wij hebben geen vreesgeloof, maar een praisegeloof. Dat is niet waar.’
In dat opzicht kun je haar boek religiekritiek noemen, want ze erkent het weerbarstige, het ‘vreemde’ van het christelijk geloof.

Terug naar het begin. Ontroerend is hoe ze vertelt dat zij en haar broertje en zusje telkens op zolder bij elkaar kropen om God te smeken haar vader beter te maken. Maar als hij dan toch overlijdt, stort haar wereld, ook haar geloofswereld in. Ze breekt met God, schreeuwt zelfs haar haat tegen Hem uit. Vier jaar lang heeft ze haar best gedaan het zonder God te doen. Voor haar was dat geen echt leven; zonder God kon ze ook geen verbondenheid ervaren met de wereld en de mensen om haar heen.

Worstelend vindt ze de weg naar God terug. Daarbij heeft een herinnering uit haar vroegste jeugd een belangrijke rol gespeeld: het woord ‘mintijteer’. Die herinnering wordt bij haar geactiveerd doordat ze met haar dementerende oma een oud lied zingt. Ze realiseert zich dan opeens dat het merkwaardige woord ‘mintijteer’ een kinderlijke verbastering is van een zin uit dat lied: ‘(En ook mij) bemint Hij teer’. Het raakt haar diep. Achteraf gezien vormt de herkenning van dit woord het begin van haar hernieuwd geloof, maar ook van hernieuwde verbondenheid met de wereld om haar heen. Voor haar geldt: waarheid is God.  ‘Het leven van de mens is altijd een leven voor God.’

Op een gegeven moment begint Magnis weer in de Bijbel te lezen. Ze stuit dan op het boek Job. Ze herkent zich in de emoties van Job tegenover God maar voelt zich ook gesteund als verteld wordt dat God de mens op diens vragen geen verklaring geeft.

Maar dan wordt haar broer Johannes ziek. Een zware test voor haar geloof, maar dit keer kan ze zich aan God blijven vastklampen, want ze realiseert zich: ‘God heeft gezegd dat ieder in deze wereld zijn kruis op zich moet nemen en hem moet volgen. Er staat nergens dat we hier een leuke tijd zullen hebben. Ons geloof heeft weet van de complete rotzooi die deze wereld is. Daar schrik je van. En dan pas komt de blijde boodschap.’ Tot haar eigen verwondering groeide haar geloof in God. Ze erkent: ‘Het is niet iets wat ik zelf doe.’

Het boek is in toegankelijk taal geschreven. Toch leest het vaak niet makkelijk, alleen al door de innerlijke dialogen met hun beeldspraak. Maar wat wil je, Magnis heeft het over verdriet, wanhoop, woede, verlatenheid, over de ondoorgrondelijkheid en het zwijgen van God, kortom over heftige rouw. Het zoeken van een weg op dat chaotische terrein verloopt per definitie moeizaam, altijd al en zeker voor een jongere als Magnis toen was. Om deze reden vraagt dit boek om herlezing, maar het hoofdmotief om te herlezen is de  waarde van dit boek.