4.3-Grebbelinie 1940

Voorjaar 1940 zat m’n vader als dienstplichtig sergeant in de staf van een regiment artillerie nabij de Grebbeberg; hij had een geneeskundige functie. Hij moet daar veel meegemaakt hebben, maar m’n vader heeft daar nooit over willen vertellen. Het is waar, de gevechten zijn niet overal even erg geweest, maar toch….
Zelf had ik me nooit intensief met de meidagen van 1940 bezig gehouden. Maar nu ben ik er toch toe gekomen om Grebbelinie 1940 van E.H. Brongers te lezen (de tiende druk uit 2002). In dit boek worden de oorlogshandelingen gedetailleerd beschreven. Daarbij kijkt Brongers ook naar wat er in die dagen elders in Nederland gaande was. Jammer genoeg heb ik door dit boek geen zicht gekregen op de ervaringen van het bewuste regiment, zodat het mij onbekend blijft wat m’n vader mogelijk heeft meegemaakt. Toch ben ik blij dat ik het boek gelezen heb.

Enerzijds roept het boek boosheid op: wat heeft de vooroorlogse regering ‘onze jongens’ in de steek gelaten. Door de krampachtige neutraliteitspolitiek en de misplaatste bezuinigingsdrift van Den Haag was ons leger begin 1940 slecht geoefend en armetierig bewapend, terwijl de verdedigingslinies onvoldoende ingericht waren. Ons leger was dan ook geen partij voor de goed getrainde en hypermodern bewapende Duitse militairen. Schokkend om te lezen was het voor mij onbekende feit dat aanvallende Duitsers nog al eens Nederlandse krijgsgevangenen als levend schild hebben gebruikt en dat ze herhaaldelijk krijgsgevangenen hebben mishandeld en doodgeschoten.

Anderzijds ben ik door dit boek diep onder de indruk gekomen van wat ons leger in die vijf dagen gepresteerd heeft. Ondanks hun inferieure training, materiaal en aantal hebben ze het moordende Duitse artillerievuur telkens doorstaan en is het hun herhaaldelijk gelukt de fel aanvallende (deels SS-) troepen tegen te houden of in elk geval op te houden. Op grond van uitgebreide verkenningen in het voorjaar dachten de Duitsers dat ons leger een zacht eitje was dat ze zo konden breken. Toch hadden ze ons verzet na vijf dagen nog altijd niet uitgeschakeld, al had ons leger heel wat terrein moeten prijsgeven, incl. de Grebbeberg. Alleen door Rotterdam te bombarderen en te dreigen dat andere steden zouden volgen, hebben de nazi’s ons leger op de knieën gekregen.

De grote vraag is: hebben de 426 doden op en rond de Grebbeberg en de 1686 gesneuvelden elders in Nederland zin gehad? Brongers vertelt: doordat het Duitse leger onder meer bij de Grebbelinie dagen is opgehouden, kon ons leger rond Den Haag afrekenen met de enige luchtlandingsdivisie die Hitler had, waarbij ook talloze transportvliegtuigen zijn vernietigd – een verlies waar de Duitsers naar eigen zeggen nooit overheen zijn gekomen. Daarnaast kon door deze dagen van respijt onze regering uitwijken naar Engeland, werd een capitulatie door onze regering voorkomen (alleen het leger in Nederland heeft zich overgegeven) en kon de strijd tegen Duitsland elders voortgezet worden. Ook konden talloze marine- en handelsschepen op tijd wegkomen.

Kortom, al blijft onhelder wat voor verschrikkingen m’n vader heeft meegemaakt, hij heeft samen met z’n medemilitairen bewonderenswaardig bijgedragen aan de strijd tegen het agressieve nazidom.