4.4-De trein

Het is een bescheiden boekje van 128 bladzijden, De trein van Nanda van der Zee (2003), maar het betreft een onderwerp dat het leven van honderdduizenden vergaand heeft beïnvloed. Het beschrijft hoe joden, zigeuners en anderen van juli 1942 tot september 1944 vanuit het kamp Westerbork per trein naar concentratiekampen zijn vervoerd. Om de bewoners van het kamp rustig te houden beweerde de leiding dat ze in het Oosten te werk gesteld zouden worden. In feite werden de meesten gedeporteerd met de bedoeling om vermoord te worden. Meer dan 100.000 van hen hebben het niet overleefd.

Vanaf oktober 1942 was de SS-er Gemmeker de kampcommandant. In zijn tijd werd er in Westerbork niet geschopt of geslagen. Gemmeker strafte door mensen op transport te stellen. Daar lag ook zijn hoofdmotivatie: hij was erop gespitst dat het door Berlijn via Den Haag opgegeven aantal gedeporteerden kloppend was. Hierin was hij keihard. Zo heeft hij op eigen initiatief een ziekentransport samengesteld, bestaande uit onder andere 268 zwaar zieke, besmettelijke patiënten.
Bizar is het verhaal over een moeder die met een premature baby het kamp binnenkwam. Haar heeft hij meteen op transport gesteld. Voor de baby liet hij een couveuse uit Groningen komen; geregeld kwam hij kijken hoe het ermee ging. Toen het jongetje voldoende opgeknapt was om de couveuse te verlaten, heeft Gemmeker hem laten vertrekken.

Nooit heeft Gemmeker erkend dat hij indertijd wist welk lot de gedeporteerden te wachten stond. Tot hem doorgedrongen geruchten over vergassingen zouden door zijn superieuren stelselmatig zijn afgedaan als oorlogspropaganda van de geallieerden.
Tijdens het proces tegen hem in 1948 stelde hij dat de deportatie van de joden als doel had het joodse gevaar (Duitsland zou door de invloed van de joden de Eerste Wereldoorlog hebben verloren) af te wenden en voldoende arbeidskrachten te krijgen voor de Duitse oorlogsindustrie. Hij verwachtte dat de joden na afloop van de oorlog naar een eigen land zouden worden overgebracht. Letterlijk zei hij: ‘Op zichzelf vond ik de tegen de joden genomen maatregelen onaangenaam, maar hieraan was nu eenmaal niets te veranderen omdat dit voor de Duitse oorlogsvoering noodzakelijk was (…) Ik erken wel in belangrijke mate aan de deportaties vanuit Nederland naar het buitenland te hebben meegewerkt. Ik ontken echter alle schuld aan de deportaties als zodanig. Dit was Kriegsnotwendig.’
Omdat Gemmekers zelfrechtvaardiging geaccepteerd werd, is hij slechts veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar, waarvan hij er zes heeft uitgezeten. Een jaar van zijn straf is hem vanwege goed gedrag kwijtgescholden toen koningin Juliana de troon besteeg.

Verbijsterend. Het is immers onwaarschijnlijk dat Gemmeker niet op de hoogte zou zijn geweest van de massale moordpartijen in het Oosten. Waarom zouden zieken en kinderen anders gedeporteerd worden? Die vormden geen gevaar en konden ook niet voor arbeid ingezet worden. Maar stel het ongeloofwaardige dat Gemmeker niet op de hoogte was. Hoe kan het dat hij geen enkel gevoel heeft getoond voor wat later de uitkomst bleek van zijn deportaties: meer dan 100.000 moorden. Als het tot je doordringt dat dit het gevolg is geweest van jouw daden, dan kun je psychisch toch geen kant meer op? Niets van dit alles bij Gemmeker – zoals ook later Eichmann geen spoor van berouw heeft getoond.
De auteur zegt het zo: ‘Zij waren niet anders dan volwassen kinderen die in hun vroegste kind-zijn waren blijven steken; kinderen die geen weet hebben van de ernst van de gevolgen van hun daden en alles doen wat hen wordt opgedragen om maar aan de veilige autoriteit van het ouderlijk gezag te voldoen. (…) Met hun beroep op het ‘Befehl ist Befehl’ hebben beiden, willens en wetens, iedere verantwoordelijkheid op hun superieuren proberen af te schuiven.’

Natuurlijk wordt hiermee geen afdoende verklaring gegeven voor de nazi-misdaden. In haar boek ‘Gij zult niet merken’ verdedigt Alice Miller de hypothese ‘dat Adolf Hitler zijn grote aanhang te danken had aan de onmenselijke, wrede beginselen van de opvoeding van zuigelingen en kinderen die destijds in Duitsland heersten’. Daarnaast wordt altijd gewezen op de vernederende afloop van de Eerste Wereldoorlog die karakterbedervend op de Duitsers heeft ingewerkt, nog eens verergerd door de antisemitische nazi-ideologie.
Ondanks deze deelverklaringen blijft het onbegrijpelijk dat een cultuur die grootheden als Bach en Goethe heeft voortgebracht uitgemond is in een ongekende orgie van gruwelen. Kennelijk zijn mensen tot alles in staat als God het niet verhoedt.

Overigens heeft het me goed gedaan tijdens een trip naar Berlijn te merken hoe het tegenwoordige Duitsland zijn verantwoordelijkheid neemt voor zijn nazi-verleden. Zo zijn er talloze monumenten, vaak op belangrijke locaties. Vlak bij de Brandenburger Tor bevinden zich bijvoorbeeld het ‘Holocaust Mahnmonument’ voor de vermoorde joden en het ‘Denkmal’ voor de vermoorde Roma en Sinti. Rondlopend kwamen we ook bij de openluchttentoonstelling ‘Topographie des Terrors’ en een monument ter herinnering aan de aanslag op Hitler (20 juli 1944) door Von Stauffenberg en de zijnen. Een volk kan dus veranderen…