3.8-De bibliotheek

Een heerlijk boek: De bibliotheek. Hoogtepunten uit de wereldgeschiedenis, geschreven door James W.P. Campbell met honderden sublieme foto’s van Will Pryce (2013). De auteur is niet eenkennig Europees, hij betrekt ook Azië en Amerika in zijn zoektocht naar karakteristieke bibliotheken. Behalve Egypte komt Afrika niet aan de orde. Zo ontbreken merkwaardig genoeg de bibliotheken van Timboektoe met hun eeuwenoude manuscripten, die laatst in het nieuws waren vanwege de verovering van de stad door fundamentalistische Toearegs. Ook moslimbibliotheken in het Midden-Oosten worden niet behandeld. Daarentegen komen wel verschillende oude en moderne bibliotheken in China, Korea en Japan voor het voetlicht.

Fascinerend vond ik het verhaal over de bibliotheek van het klooster Haeinsa, ergens hoog in de bergen in het zuiden van Korea. Die kloosterbibliotheek bezit de Tripitaka Koreana, de Koreaanse versie van de boeddhistische bijbel. Deze collectie omvat 81.258 houten drukblokken (van 70x24x3 cm., elk met een gewicht van 3,25 kg.), waarin de tekst van de Tripitaka compleet en foutloos met Chinese karakters is uitgesneden. Deze verzameling dateert van 1251 en wordt sinds 1398 op deze plek bewaard. Tot op de dag van vandaag worden de drukblokken gebruikt als basis voor gedrukte uitgaven. Fantastisch om via de foto’s even in deze unieke bibliotheek te mogen rondkijken.

Maar het boek gaat nog verder terug in de tijd. De oudste bibliotheek die aan de orde komt is het paleisarchief van Ebla, een stad in Syrië. Dit archief was maar een bescheiden bergruimte van 3,5×4 m. Dat we van deze bibliotheek weten komt doordat vijanden het paleis rond 2300-2250 vóór Christus in brand hebben gestoken. In andere gevallen betekent dat het einde van een bibliotheek, maar dit archief bevatte zo’n 15.000 kleitabletten (van 21x21x2,5 cm.). Het vuur had als resultaat dat de tabletten gebakken zijn en daardoor hun eeuwenlange verblijf in de ruïneheuvel redelijk goed overleefd hebben.

Veel bibliotheken vinden we in de twee beroemde universiteitssteden van Engeland, Cambridge en Ox-ford. De foto’s van al die bibliotheken zijn een lust voor het oog. Dat geldt ook van de afbeeldingen van de kloosterbibliotheken in Duitsland en Oostenrijk uit de tijd van de barok en rococo.
Leuk is te lezen hoe het in vroegere eeuwen ook al voorkwam wat ik nu wel eens in antiquariaten heb gehoord dat ‘dure’ mensen soms boeken per meter kopen om toch maar een indrukwekkende bibliotheek aan hun vrienden te kunnen laten zien….

Nederland komt met drie bibliotheken in dit boek voor. Allereerst de Librije, te vinden in de Walburgiskerk in Zutphen. Deze parochiebibliotheek uit 1555 wordt in het boek getypeerd als een van de oudste lessenaarbibliotheken ter wereld. Een groot deel van de plm. 800 boeken ligt aan de ketting. Op de basisschool meen ik geleerd te hebben: ‘Wat erg dat in die tijd de Bijbel aan de ketting lag en dat zo de lezing daarvan tegengegaan werd.’ In feite moesten die kettingen natuurlijk diefstal van deze kostbare uitgaven tegengaan. Nog altijd is het voorkomen van diefstal een belangrijke opgave van bibliotheken.
Twee andere Nederlandse bibliotheken die genoemd worden zijn die van de Technische Universiteit van Delft uit 1997 en van de Universiteit van Utrecht uit 2004. Allebei fungeren ze als voorbeelden hoe in de moderne tijd de twee functies van een bibliotheek gerealiseerd worden: het bewaren van boeken voor het nageslacht en het beschikbaar stellen van boeken voor bestudering in het heden.

Uiteraard eindigt het boek met de vraag wat de toekomst van de bibliotheek zal zijn in ons digitale tijdperk. Eén ding is al fundamenteel veranderd: de papieren catalogus, die tot nu toe vaak veel ruimte in beslag nam, is voorgoed voorbij. Zoeken gebeurt nu uitsluitend via de computer. Zal ook het papieren boek verdwijnen? Sommigen voorspellen dat en lijken gelijk te krijgen door de opkomst van het e-book. Tegelijk is het een feit dat er meer boeken worden uitgegeven dan ooit.

Intussen lijkt het er wel op dat de liefde voor het boek bij officials aan het verdwijnen is. Zo hebben de managers van de Universiteit van Groningen besloten om alle deelbibliotheken van de verschillende instituten, verspreid over de stad, op te doeken en in de hoofdbibliotheek te integreren. Alles wat dubbel is wordt voor een spotprijs verpatst. Je kunt nu dus niet meer in het instituut zelf je studiemateriaal bij elkaar zoeken.
Ook hebben we het als samenleving laten gebeuren dat de unieke bibliotheek van het Amsterdamse Tropeninstituut opgeheven is. Het grootste deel, zo’n 400.000 boeken en 20.000 tijdschriften, is verdwenen naar de Bibliotheca Alexandrina in Egypte. Een beperkt deel, zo’n 30.000 boeken, is verhuisd naar de universiteitsbibliotheek van Leiden. De rest is terechtgekomen bij talloze vaderlandse instituten, terwijl op het eind ook geïnteresseerde particulieren boeken mochten ophalen. Enerzijds: hulde aan het bibliotheekpersoneel hoe zorgvuldig zij de collectie een bestemming hebben gegeven, maar anderzijds: treurig dat zij hiertoe gedwongen zijn vanwege stopgezette subsidies. Pratend met mensen die het weten kunnen hoor ik meer van dit soort verhalen, die blijk geven van weinig liefde voor het boek en voor de conservering daarvan.

Laat ik positief eindigen: dat een lijvig, rijk geïllustreerd boekwerk als dit uitgegeven wordt, geeft aan dat er nog altijd genoeg liefhebbers zijn van het boek en dan ook van het fenomeen de bibliotheek. En verder kunnen we van alles zeggen over digitalisering, maar het is toch prachtig dat ik zittend achter mijn PC op de gekste tijden van de dag talloze werken uit de Nederlandse literatuur kan inkijken via een site als www.dbnl.org – om maar iets te noemen.