3.1-Cultuurgeschiedenis

Wekenlang heb ik me verdiept in de 21 delen van de Time/Life-serie “Bloeiperioden der mensheid”. Deze serie verscheen van 1966 tot 1969. Elk deel heeft plm. 180 bladzijden tekst, gevolgd door een jaartallenoverzicht en een register. De 8 hoofdstukken van een boek worden telkens gevolgd door zo’n 10 bladzijden met uitgebreid toegelichte foto’s van cultuurhistorische objecten.
Uiteraard is het jammer dat de boeken een halve eeuw oud zijn. Daardoor heb ik vast nieuwe ontdekkingen (bijvoorbeeld van de archeologie van het Oude Amerika) en veranderde inzichten (bijvoorbeeld inzake het deïsme in de Verlichting) gemist. Ook ontbreken in het deel over de 20ste eeuw de laatste ontwikkelingen, zoals het einde van het IJzeren Gordijn en de opkomst van de radicale islam. Dat alles neemt niet weg dat mijn lectuur van deze serie een boeiende ontdekkingstocht was aan de hand van gerenommeerde deskundigen.

Zoals altijd leren ook deze historische boeken mij als West-Europese mens bescheidenheid. Wij kunnen wel denken dat wij in het ontwikkelde Westen, mede onder invloed van het christelijk geloof, per definitie beschaafder zijn dan andere volken, maar de werkelijkheid is anders. Twee voorbeelden.
Je kunt ontsteld lezen over de massale mensenoffers door de Azteken, waarbij het kloppende hart uit het lichaam werd gerukt, maar in diezelfde tijd werden in Spanje de Joden bloedig vervolgd, terwijl een paar eeuwen eerder de katharen met de zegen van de kerk op een barbaarse wijze zijn gemarteld en afgeslacht.
Natuurlijk is het verschrikkelijk hoe in de 17de eeuw de Japanse christenen door hun volksgenoten zijn uitgemoord, maar in Duitsland woedde toen de Dertigjarige Oorlog, waarbij protestanten en katholieken elkaar zo fel bestreden dat het land grotendeels ontvolkt werd.
Ronddwalend in de geschiedenis kun je niet anders concluderen dan dat de mens maar weinig geneigd is tot liefde en voortdurend onmachtig en zelfs onwillig is om aan vrede te werken.

Boeiend is hoe de verschillende culturen elkaar hebben beïnvloed. Zo is de wetenschappelijke ontwikkeling van het Westen in en na de Middeleeuwen mede op gang gekomen door wat de moslims hebben aangereikt. Maar zij hebben weer hun winst gedaan met resultaten van wetenschappers uit het vroegere Voor-Indië en China. Het meest bekende voorbeeld van deze uitwisseling is het gebruik van de nul, dat in India bedacht is en via de moslims het Westen heeft bereikt. En wat ons alfabet betreft: dat is door de Feniciërs ontwikkeld en via de Grieken en de Romeinen naar ons gekomen.

Een dergelijke uitwisseling van culturen heeft in het oude Amerika grotendeels ontbroken. Vandaar het merkwaardige fenomeen dat bepaalde ontwikkelingen daar niet hebben plaatsgevonden. De oude rijken van de Azteken, Maya’s en Inca’s hebben bijvoorbeeld het wiel niet gekend. Wel is er speelgoed gevonden voorzien van wieltjes, maar ze zijn niet op het idee gekomen om voertuigen met wielen te maken, vast ook omdat ze geen geschikte trekdieren hadden. Opmerkelijk is eveneens dat geen van de oud-Amerikaanse volken het schrift kende, met uitzondering van de Maya’s die een rudimentaire vorm van schrift hadden.
Maar ondanks deze beperkingen hebben de oud-Amerikaanse volken grote culturele prestaties geleverd op het gebied van de bouwkunst en de edelsmeedkunst. Wonderlijk hoe veel van die bouwkunst uit de oerwouden tevoorschijn is gekomen. En al hebben de Spaanse conquistadores onvoorstelbaar veel schatten weggeroofd en gerecycled, toch is er genoeg over gebleven waardoor je vol bewondering kunt zijn voor de vaardigheid van de oude ambachtsmensen.
Interessant is hoe genuanceerd geschreven wordt over de verovering van het oude Amerika door de conquistadores Cortes en Pizarro. Natuurlijk blijf je als mens uit de 21ste eeuw verbijsterd over de arrogantie en meedogenloosheid waarmee deze heren meenden het gebied van anderen te mogen bezetten en leeg plunderen. Tegelijk wordt duidelijk dat ze daarbij gebruik konden maken van de haat die leefde bij de onderdrukte volken tegen hun meesters. Overigens is de barbaarsheid van de Spanjaarden nog niet eens het ergste dat ze de inheemse bevolking hebben aangedaan. Fataal was dat ze ziektekiemen meebrachten waartegen de ‘Indianen’ niet bestand waren, met als gevolg dat binnen een eeuw zo’n 90% van de bevolking (miljoenen mensen!) door besmettelijke ziekten is uitgestorven.

En zo voert elk deel je weer in een andere wereld en maak je telkens interessante uitstapjes. In het deel van Japan wordt verteld hoe vroeger een goed samoeraizwaard werd gesmeed en hoe een vechtjas z’n zwaard soms uitprobeerde op lijken of zelfs op een veroordeelde misdadiger. Maar diezelfde samoerai kon ook in kalligrafie geïnteresseerd zijn en oefende dan eindeloos in het werken met de penseel om de Japanse karakters zo elegant mogelijk weer te geven.

Lezend in het deel over de Europese 19de eeuw werd ik erdoor geraakt dat de grote heren van de industriële revolutie hun arbeiders (mannen, vrouwen én kinderen) zo schrikbarend hebben laten lijden terwijl zij in weelde baadden. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden hoe, veelal christelijke, ondernemers die gespletenheid voor elkaar kregen. Kennelijk is het eigen aan de mens dat die zich compleet kan afsluiten voor informatie die hem niet van pas komt. Daarvan zijn talloze voorbeelden te geven. Denk maar aan de generaals uit de Eerste Wereldoorlog die bij een bestorming van vijandige loopgraven tienduizenden soldaten de dood in joegen terwijl ze konden weten dat zo’n actie volstrekt zinledig was.

Zoals ik mijn lectuur van deze serie beschrijf lijkt het erop dat de “bloeiperioden der mensheid” voornamelijk kommer en kwel hebben gebracht. Voor een deel is dat helaas maar al te waar, want in de loop van de eeuwen is er constant gevochten en gemoord. Dat neemt niet weg dat diezelfde mensheid onvoorstelbare schatten heeft geproduceerd. Zo zijn alleen al in de Nederlandse Gouden Eeuw meer dan miljoen schilderijen gemaakt. En wat staan onze bibliotheken niet vol met fantastische boeken. Ook hebben mensen prachtige zaken uitgevonden waar we tot op de dag van vandaag van profiteren, van riolen tot computers, van waterleidingen tot medicijnen. Wat dit alles betreft zijn we er echt op vooruitgegaan. Maar terwijl ik dat schrijf vallen elders in de wereld slachtoffers door geweld met behulp van destructieve uitvindingen. Onze cultuurgeschiedenis roept dus altijd gemengde gevoelens op.