Scherprechter van de liefde

Na begonnen te zijn met Nietzsche’s tranen heb ik nu het vijfde boek van Irvin D. Yalom uit: Scherprechter van de liefde. Tien ware verhalen uit een psychotherapeutische praktijk (2013). Ik heb diepe bewondering voor de manier waarop Yalom met zijn cliënten omgaat: betrokken, gedreven om te helpen, vol kritische reflectie op zichzelf. En dan zijn cliënten: wat lopen er ondanks alle welvaart veel mensen rond die door het leven geteisterd zijn. Al lezend word je dan ook verbijsterd of ontroerd door hun verhalen, maar herhaaldelijk is het hilarisch wat Yalom vertelt.
Door de beschreven probleemstellingen word ik ook gestimuleerd over mezelf na te denken. Yalom geeft in de proloog op die tien verhalen daar een verklaring voor. Volgens hem heeft ieder mens te maken met vier essentiële gegevenheden, vier waarheden van het bestaan:

1  De onvermijdelijkheid van de dood voor onszelf en voor wie we liefhebben. Om ons aan de realiteit van onze sterfelijkheid aan te passen, bedenken we manieren om de dood te ontkennen of te ontlopen. Zo dagen jongeren de dood uit door waaghalzerij of harden zich ertegen door naar griezelfilms te kijken. Als we ouder worden leren we de dood uit ons hoofd te zetten; we leiden onszelf af; we streven naar onsterfelijkheid door het scheppen van kunstwerken, door onze genen in onze kinderen te laten voortbestaan of een religie te omarmen dat ons het voortleven van de geest belooft. We weten dat we doodgaan,  maar we hebben met het onbewuste deel van onze psyche de dood losgemaakt van de verschrikking die ermee is verbonden. Soms faalt de machinerie van de ontkenning en breekt de doodsangst met volle kracht door, bijvoorbeeld door het overlijden van een dierbare of in onze nachtmerries.

2  De vrijheid die we hebben ons leven de vorm te geven die we willen. Vrijheid betekent dat we verantwoordelijk zijn voor onze keuzen, onze daden en onze levenssituatie. We zijn de schepper van het ontwerp van ons eigen leven. Zolang iemand gelooft dat zijn problemen worden veroorzaakt door invloeden buiten zichzelf, heeft therapie geen vat op hem. Als het probleem toch ergens buiten hem ligt, waarom zou hij zichzelf dan veranderen? Het is de buitenwereld (vrienden, baan, partner) die veranderd of verwisseld moet worden. Daartegenover moeten we ons ervan bewust zijn dat we zelf onze problemen creëren. Maar daarmee is de verandering nog geen feit. Vrijheid veronderstelt ook dat er een wilsbesluit wordt genomen. Het is door het willen dat onze vrijheid wordt bepaald. Willen heeft twee stadia: iemand zet het proces in werking door te wensen en bevestigt zijn wens door te beslissen.

3  Onze existentiële eenzaamheid. Er is een onoverbrugbare kloof tussen ons en de anderen, zelfs bij diepbevredigende interpersoonlijke relaties. Een veel voorkomende poging om existentieel isolement op te lossen is het verzwakken van de eigen grenzen, het eenworden met een ander, de versmelting. Een van de grote paradoxen van het leven is dat zelfbewustzijn angst opwekt. Versmelting verdelgt angst op radicale wijze door het zelfbewustzijn uit te schakelen. Iemand die verliefd is geworden en de toestand van versmelting is binnengetreden is niet zelfbespiegelend, want het onderzoekende, eenzame ‘ik’ en de daarmee gepaard gaande angst voor isolement lost op in het ‘wij’. Hoewel we ons best doen om in paren van twee door het leven te gaan, zijn er tijden in een mensen leven dat de waarheid met verkillende helderheid doorbreekt, dat we beseffen dat we alleen zijn geboren en alleen zullen sterven.

4  De afwezigheid van een duidelijke zin of betekenis aan het leven. Als de dood onvermijdelijk is, als alles wat we tot stand hebben gebracht en zelfs ons hele zonnestelsel eens teloor zal gaan, als mensen de wereld en hun eigen bestaan op die wereld moeten ontwerpen, wat voor blijvende betekenis kan het leven dan hebben? Velen gaan in therapie omdat ze het gevoel hebben dat hun leven zinloos en doelloos is. Omdat we ons machteloos en verward voelen tegenover toevallige gebeurtenissen zonder enige lijn, proberen we ze te ordenen waardoor we het gevoel krijgen ze te beheersen. Overigens moet het zoeken naar zin indirect gebeuren. Hoe meer we er bewust achteraan jagen hoe minder waarschijnlijk het wordt dat we het vinden. Zinvolheid is een bijproduct van inzet en betrokkenheid. Dat we naar zin en zekerheid zoeken in een wereld die geen van beide te bieden heeft, vormt een existentieel dilemma.

Yalom acht het belangrijk dat mensen, eventueel met de hulp van psychotherapie, deze vier pijnlijke waarheden onder ogen zien, want dan kunnen die een kracht worden ten dienste van persoonlijke verandering en ontplooiing (voor een uitgebreide versie van deze vier waarheden, zie: Yalom).

Nu zouden christenen  kunnen ontkennen dat deze vier waarheden voor hen gelden. Zij geloven toch dat het sterven de poort is naar het eeuwige leven, dat hun vrijheid bepaald wordt door hun afhankelijkheid van God met zijn wijsheid, dat zij leven in verbondenheid met Christus en zijn gemeente en dat hun bestaan ingebed is in Gods plan met hen?!
Yalom zou zulke uitspraken als mythes typeren waarmee mensen de vier pijnlijke waarheden op afstand proberen te houden. Ik deel de typering ‘mythes’ niet maar ik ga met Yalom mee dat het geloof als middel kan fungeren om het pijnlijke van ons bestaan te verdringen. Het is waar dat christenen tegenover die vier harde waarheden het veelbelovende van het Evangelie kunnen plaatsen. Toch blijven het waarheden waarmee we allemaal te maken hebben. In het bijbelboek Prediker, dat zo intens aandacht geeft aan het leven afgedacht van God, komen die akelige waarheden dan ook voluit aan de orde. Alleen als we die met al hun ellende onder ogen zien, en ook: alleen als we ons confronteren met het ongeloof in ons, kunnen we de bevrijdende waarheid van het Evangelie pas goed ervaren.